Problemen / debatten

Op deze pagina vind je een overzicht van de belangrijkste (filosofische) problemen en debatten ten aanzien van ethiekonderwijs en de betekenis van deze problemen en debatten voor de methodische discussie in de toegepaste ethiek.

T.a.v. directe waarden / karakteronderwijs (morele vorming)
  • Wat is precies het probleem dat ethiek - en vaak specifiek morele vorming - moet oplossen?
  • Is het niet bezitten van specifieke karaktereigenschappen het probleem (of spelen andere problemen)?
  • Welke mensvisie (human nature) zit achter een theorie verscholen?
  • Wat is het uiteindelijke (intrinsieke) doel van het onderwijs?
  • Welke waarden/deugden? Kardinale deugden als moed, wijsheid, mate en rechtvaardigheid? Of...
  • Wat is de achterliggende onderwijstheorie?


T.a.v. de docent / opleider
  • Wat maakt iemand geschikt om te onderwijzen: is er zoiets als de morele expert?
  • Wat moet voorop staan: theoretische (ethiek) kennis/vaardigheid of praktische kennis/vaardigheid (wijsheid)
  • De docent als drager van een gewenst moraal?  Moraalridder vs Twijfelzaaier (en wat zijn de morele vooronderstellingen van twijfelzaaien)
  • Moet de docent wel of niet zijn eigen opvatting inzake een morele discussie uiten tijdens college (Ellioitt, p.29-30, aan beide opties zitten voordelen)


T.a.v. het object van overdracht
  • Wordt de wijze van ethiekonderwijs conceptueel bepaalt door het begrip ethiek?
  • Bestaat ware morele kennis? Affectief, volitief of ...
  • Wat betekent het om moreel competent te zijn?
  • Wat betekent het om ethische expertise te hebben?
  • Is het object universeel of particulier?
  • Concreet: moet je per praktijk verschil maken tussen datgene wat overgedragen kan worden?
  • Is onderwijs een instrument in het doorgeven van moraal of een intrinsieke waarde (Aristotelisch inzicht als vorm van geluk)
  • In hoeverre is levensbeschouwing / persoonlijke zingeving relevant?
  • Probleem: teaching ethics when there is no ethics to teach?
  • Horen we in het concept 'ethiek' en hiermee in ethiekonderwijs "de sporen, hoe subtiel dan ook, van het idee van een betere wereld of van een beter leven"? Heeft ethiek een utopisch karakter? Zie ook Van Bos e.a. (2006).
  • Is een visie op ethiekonderwijs mogelijk zonder een fundamenteel antwoord te hebben op de volgende belangrijkste fundamentele onderwerpen / discussies:
    • Moral agency
    • (hedendaags) Pluralisme
    • De onbepaaldheid van ethische/morele normen
    • Oneindige complexiteit van veel concrete morele dilemma's
  • In hoeverre moet je de doelen van ethiekonderwijs laten bepalen door de mogelijkheden van toetsing ervan (die problematisch is, zie verder)?
  • Is er een te legitimeren verschil tussen socialisatie en indoctrinatie? Neem Camenisch (1986, p. 499): "Thus applied ethics in this setting can be seen as the clarification and elaboration of values the student has already accepted or the articulation of the conditions of membership in the profession, rather than as indoctrination of the more objectionable sort"
  • Als autonomie een belangrijk leerdoel is, impliceert dit ook direct kritische reflectie (zowel intrinsiek ter voorkoming dat autonomie "geindoctrineerd" wordt als instrumenteel om de autonome houding door de student vorm te geven)? En impliceert dit ook weer andere waarden en deugden (zelfstandigheid, transparantie, onafhankelijkheid, moed, respect, ...) hetgeen zelf uiteindelijk eindigt in het omarmen dan wel vooropstellen van een liberaal wereldbeeld?


Toetsing
  • Kan een vak als ethiek wel getoetst worden met cijfers?
  • Hoe toets je?
  • Is toetsing uiteindelijk enkel gericht op het formele in plaats van substantieel?
  • Is objectieve beoordeling door een docent wel mogelijk?
  • Is het wel mogelijk om de directe bijdrage van ethiekonderwijs aan morele groei te toetsen of zullen andere ontwikkelingen die tegelijkertijd kunnen plaatsvinden het toetsen van een bepaalde mate van causaliteit in de weg staan (simpel uitgedrukt: een student wordt ook volwassen, krijgt een bijbaantje met meer verantwoordelijkheid, wordt gecorrigeerd door ouders, heeft gesprekken tijdens uitgaan met andere studenten, et cetera). Wat is de rol van transparantie hierbij (van bijvoorbeeld de leerdoelen)? Maakt het uit als een professional / student de autonome keuze heeft om niet mee te doen / uit het metier te stappen? Is kritische reflectie een noodzakelijke voorwaarde om niet te kunnen spreken van indoctrinatie?
  • Is het sowieso wel mogelijk om iets als morele besluitvorming - gezien de hoeveelheid elementen die hierbij een rol kunnen spelen - te toetsen (en dus in volgorde te zetten van juist naar minder juist).
  • Leggen bestaande testen en methodes niet te veel nadruk op het oordeelvormende element van morele keuzes (vaak onderwijskundig/psychologisch van aard) terwijl de meer filosofische/theologische kant wordt vergeten (terwijl dit eigenlijk niet gerechtvaardigd kan worden)? De DIT vs het essay-schrijven? (Camenisch, p. 507)


T.a.v. het probleemgebied
  • Moet je onderscheid maken tussen (1) het opvoeden van kinderen / jongeren, (2) het heropvoeden van delinquenten en (3) het ethisch onderwijs aan professionals of zijn deze probleemgebieden met elkaar verbonden / aan elkaar verwant?
  • Is het onderscheid tussen moraal en ethiek - in de zin van kritische reflectie op moraal - een waardevolle / houdbare tweedeling?
  • Vaak wordt ethiekonderwijs en professionele verantwoordelijkheid onder dezelfde noemer geschaard (zeker in de VS). Is dit juist?
  • Is het vooropstellen van (academische) transparantie, waarheidsvinding, discussie en debat bij universiteiten / hogescholen niet reeds problematisch (want een vorm van indoctrinatie)? Hoe kan dit gelegitimeerd worden (zie ook Camenisch, p. 501)? 


Bronnen waar naar verwezen wordt:
- Kohn, A - How Not to Teach Values, A Critical Look at Character Education (1997))
- Camenisch, P.F., Goals of Applied Ethics Courses, in: The Journal of Higher Education, Vol. 57, No. 5 (Sep. - Oct., 1986), pp. 493-509

Geen opmerkingen:

Een reactie posten